Terug-naar-kantoorreflex is alles-of-nietsdenken

“Dus gooi die munt maar op en we gaan voor alles of niets.” Zong Van Dik Hout ooit. Helaas is dat precies wat er in veel bedrijven op dit moment gebeurt: alles-of-nietsdenken. Werkgevers schieten massaal in de terug-naar-kantoorreflex. En dat is jammer, niet alleen omdat we nog steeds niet van het Coronavirus af zijn, maar ook omdat we daardoor kansen om onze organisaties mensgerichter en dus effectiever te maken laten liggen.

Driekwart van de thuiswerkers gaat inmiddels weer naar kantoor. Vanochtend stond het in de Volkskrant: een zwangere vrouw die zich gedwongen voelt om elke dag naar haar werkplek te komen, maar zich daar helemaal niet prettig bij voelt:

“Toen grafisch vormgever Chantal (31) van haar HR-manager hoorde dat het bedrijf weer ging voor ‘een volledige bezetting’, had ze niet het gevoel dat ze daartegen kon ageren. Ook al is ze hoogzwanger en bezorgd over het oplaaiende virus. Elke dag komt ze bewust te laat zodat ze niet met al haar collega’s tegelijk door dezelfde sluis moet om in te klokken. Bij het gebrek aan desinfectiemiddelen, neemt ze zelf flesjes met 70 procent handalcohol mee. ‘Ik vind het gewoon eng. Vanochtend hing er een collega over mijn bureau die zei: niet schrikken hoor, maar mijn ouders hebben corona. Dat ik dacht: wat doe je bij mijn bureau dan?’

Maandenlang gedwongen thuiswerken heeft veel interessante inzichten opgeleverd. Dat werknemers de door het gedwongen thuiswerken toegenomen vrijheid om hun werkdagen zelf in te richten prettig vinden bijvoorbeeld. Dat de kwaliteit van het werk er niet onder hoeft te lijden. Maar ook dat veel mensen het persoonlijk contact missen. En dat niet iedereen hetzelfde is. De één werkt graag thuis, de ander liever op kantoor, en nummer drie vindt een mix ideaal. Dat laatste, het zogenaamde hybride werken, daar hoorde je de afgelopen tijd veel over. Maar het loopt anders.

Weer naar kantoor. Is dat raar?

We gaan dus weer massaal terug naar de oude norm: weer naar kantoor. Is dat raar? Nee, eigenlijk niet niet. En daar zijn een paar redenen voor.

Mensen zijn sociaal en hebben andere mensen nodig. Contact en bevestiging. Te veel isolatie doet wat met je. Nee, dan elkaar weer in levende lijve zien, even een praatje aan het bureau van je collega maken. Je nieuwe kapsel showen (toch anders dan op een klein schermpje), samen lunchpauze houden – daar knap je van op.

In de tweede plaats is het vertrouwd. In alle onzekerheden geeft het bekende houvast. Waar wereldwijd werknemers ondanks de lastige omstandigheden (kinderen thuis, geïmproviseerde werkplekken) de nieuwe vrijheden van het thuiswerken enthousiast omarmden, hadden werkgevers het moeilijker. Hoe stuur je aan en controleer je op afstand? Hoe zorg je voor verbinding tussen teamleden op afstand? Ze moesten op zoek naar nieuwe manieren van leidinggeven. Niet makkelijk, maar door de heropening van de kantoren ‘gelukkig niet meer nodig.’ Terug naar het bekende.

Verbied mensen naar kantoor te komen, en zelfs die vermaledijde kantoortuin kleurt vijftig tinten groen.

Dan is er het groener-gras-aan-de-overkant-effect. Dat wat niet mag of bereikbaar is wil je juist en ga je extra waarderen. Verbied mensen naar kantoor te komen, en zelfs die vermaledijde kantoortuin kleurt vijftig tinten groen.

Niet zo zwart-wit

En zo zijn er nog wel meer redenen te bedenken. Maar wat het lastig maakt is dat het natuurlijk helemaal niet zo zwart of wit is: kantoor of thuis. Wat het beste is voor werknemers is voor iedere medewerker verschillend. En wat voor bedrijven het beste is? Ook dat verschilt. Wat wél voor alle bedrijven geldt is dat succesvolle organisaties draaien op gezonde, gemotiveerde en bevlogen medewerkers. En die krijg of houd je niet met alles-of-nietsdenken.

Als de crisis ons naast alle moeilijkheden één positief ding heeft gegeven is het wel momentum. We werden allemaal gedwongen anders te kijken naar dingen die tot dan toe heel vanzelfsprekend waren en op de automatische piloot gingen. Het resultaat? Er is heel veel creativiteit en innovatie aan de oppervlakte gekomen.

Het begon allemaal met de discussie over de kantoortuin. Ziekteverzuimbevorderend en slecht voor de productiviteit en creativiteit. Eerst ging het nog over vragen als “hoe maken we de kantoortuin anderhalve-meterproof?” en “Hoe lang blijft het virus op de knopjes van het koffieapparaat zitten?”. Via vragen over de nieuwe realiteit van het thuiswerken (“Hoe zorg ik voor stabielere wifi” en “Hoe kunnen mijn partner en ik tegelijkertijd thuiswerken zonder dat we elkaar (en de kinderen) in de haren vliegen?”) kwamen er langzamerhand andere onderwerpen bovendrijven.

Momentum

Vragen over de betekenis die je werk voor je heeft, wat je ervan verwacht, over wat goed werkt en wat niet. Over hoe en waar je je collega’s wilt ontmoeten. Hoeveel ruimte je wilt om zelf te bepalen waar, wanneer en hoe je werkt. Geen nieuwe vragen, maar wel vragen die extra belangrijk zijn, nu we voor de ingewikkelde klus staan om onze wereld van werk Coronaproof in te richten. Diverse organisaties zijn inmiddels bezig met stukjes van die puzzel, op zowel het microniveau van de individuele medewerker en de organisatie als op het macroniveau van werk en samenleving.

 Het zou jammer zijn als we dat momentum kwijtraken, in onze haast alle bureaustoelen weer netjes te vullen.

Tips om met je medewerkers in gesprek te gaan vind je hier: Home Sweet Office: tips voor thuiswerken na de crisis.

Delen

Plaats een reactie